Login:
Wachtwoord:

Want er is een God en ook een middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus


Mattheus

Overdenking | 12/01/2011 | 08:22

Inleiding Mattheüs

 Auteur
Mattheüs (zijn naam betekent ‘Geschenk van de Heer’) wordt door de christelijke overlevering genoemd als de schrijver van het eerste evangelie. Hij schreef als Jood over een Jood aan Joden. De auteur wordt ook wel Levi genoemd (Lucas 5:27). Hij was een zoon van Alfeüs (Marcus 2:14) en woonde in Kapernaüm. Zijn beroep was weinig geliefd onder zijn volksgenoten. Als belastinginner werkte hij voor de Romeinse overheid. Toen Jezus hem opriep tot navolging legde hij zijn werkzaamheden meteen neer en organiseerde een feest voor zijn ex-collega’s. Hij ging behoren tot ‘de twaalf’ en we komen hem voor het laatst tegen in Handelingen 1:13.

 Het evangelie naar Mattheüs
Mattheüs schreef over de Jood Jezus. Hij legt er de nadruk op dat deze is de Christus, de aan Israël beloofde Messiaanse Koning (1:23, 3:17, 21:5, 27:11). De term ‘Koninkrijk der
hemelen’ komt bij Mattheüs 32 keer voor, terwijl we hem verder nergens in de Bijbel tegenkomen (wel: ‘Koninkrijk van God).
Mattheüs schreef aan Joden. Hij maakt gebruik van bijna 130 citaten en zinspelingen uit het Oude Testament. Vaak (negen keer bij Mattheüs; in de andere Evangeliën geen enkele keer) vinden we de aankondiging: ‘opdat vervuld zou worden hetgeen door de profeet gesproken is’. Jezus is de Knecht des Heren, de Zoon van David en de grootste onder de profeten. Die thema’s klonken Joden bekend in de oren. Omdat ze altijd benieuwd waren naar de afkomst van een persoon, en zeker naar de afkomst van de Messias, neemt Mattheüs een geslachtsregister op. Deze begint bij de aartsvader van Israël, Abraham.
Mattheüs noteert vijf grote toespraken van Jezus. De Bergrede is daarvan de bekendste (5-7). Verder vinden we de uitzendingsrede (10), de gelijkenissen (13), de uiteenzetting over de gemeente (18) en de eindtijdrede (24,25). Mattheüs markeert telkens het begin en einde van een toespraak (zie bijvoorbeeld 5:1,2 en 7:28,29, 13:3 en 53).

 Datering
Waarschijnlijk is het boek geschreven tussen 45 en 70 na Christus. In hoofdstuk 24:2 kondigt Jezus aan dat er geen steen van de tempel op de andere zal blijven staan, maar er wordt in dit evangelie geen melding van gemaakt dat dit ook daadwerkelijk gebeurd is. Mede daarom denken we dat dit boek geschreven is voor de val van Jeruzalem en de vernietiging van de tempel in 70 na Christus.

 Overzicht
Mattheüs 1 en 2:
Engelen spelen een rol bij het begin en het eind van het optreden van Jezus. Hij is de koning (zijn geslachtsregister laat dit zien) die zijn volk zal bevrijden van hun zonden. Hij is de Christus, de beloofde Messias. Het kind Jezus wordt vorstelijk geëerd, maar ook vervolgd. Na de terugkeer uit Egypte (‘uit Egypte heb Ik mijn Zoon geroepen’; vroeger het volk Israël, nu de Messias) is Hij opgegroeid in Nazareth.
Mattheüs 3 en 4:
Johannes de Doper roept als wegbereider van Jezus het volk Israël op met hun hart naar God terug te keren om zeer binnenkort de ‘Doper met de heilige Geest’ te kunnen ontvangen. Jezus is niet alleen de ‘Doper met de heilige Geest’, maar ook degene die zal ‘dopen met vuur’; vandaar de waarschuwing van Johannes aan de leiders van het volk over de komende toorn, omdat zij op hun afstamming vertrouwen en tot inkeer komen niet nodig vinden. Jezus wordt gedoopt, de heilige Geest komt op Hem en de Vader noemt Hem zijn geliefde Zoon. Vervolgens wordt Hij op de proef gesteld door de duivel, maar die proef doorstaat Hij glansrijk. Satan zegt: ‘Als U die geliefde Zoon bent dan kunt U uit stenen toch wel eten voor Uzelf maken?’ ‘Dan mag U God toch wel uittesten op zijn belofte?’ En de laatste verzoeking: ‘Als U voor mij neerbuigt krijgt U de hele wereld van mij. De moeilijke weg naar het koningschap (die in dit Evangelie getoond wordt), is helemaal niet nodig.’ Jezus antwoordt met woorden uit Deuteronomium dat het Woord van God belangrijker eten is, dat je God niet mag verzoeken en dat Satan weg moet gaan want alleen God mag aanbeden worden.

Na de verzoeking gaat Jezus in Kafarnaüm wonen.
Vanaf 4:17 begint Hij met zijn openbaar optreden. Hij begint te prediken dat het koninkrijk van de hemel, waar God en zijn Messias centraal staan, dichtbij gekomen is; Hij roept zijn eerste leerlingen om Hem te volgen en geneest allen die bij Hem komen.

Mattheüs 5-7, eerste grote redevoering, ook wel de Bergrede genoemd.
Jezus laat zien hoe God wil dat het gedrag van de mensen is in zijn koninkrijk; het gaat om je hart en om ontzag voor de hemelse Vader die voor je zorgt.

Mattheüs 8 en 9:
De mens Jezus is de Zoon van David die iedereen geneest die bij Hem komt (9:35). Hij heeft macht over de natuur, over demonen (die Hem erkennen als de Zoon van God) en de dood. Jezus ondervindt tegenstand van de Schriftgeleerden (9:3) en de Farizeeën, die zijn macht over de demonen toeschrijven aan Satan (9:34).
Mattheüs 10, tweede redevoering, tot de 12 leerlingen gericht, die worden uitgestuurd onder het volk Israël:
Leerling van Jezus zijn is niet gemakkelijk, maar het moet je genoeg zijn om te worden als de meester, al gaat dat gepaard met je kruis opnemen.
Mattheüs 11 en 12:
Johannes de Doper twijfelt, maar is de bode die voor de Mensenzoon uitgezonden werd. Dat is Gods getuigenis over Jezus, maar Hij wordt niet aanvaard door stadsgenoten, leiders en familie.
Mattheüs 12 vormt een keerpunt in dit evangelie. De geestelijke leiders van Israël verwerpen Hem als de Messias. Onmiddellijk verandert zijn optreden. Hij gaat spreken in gelijkenissen, geeft meer aandacht aan de twaalf leerlingen en noemt regelmatig zijn dood.

Mattheüs 13, derde redevoering, in gelijkenissen:
Het koninkrijk heeft een kern van mensen die als goed zaad in de aarde vallen en vrucht dragen voor de Koning. De Koning ziet die kern als een schat in de wereldakker die Hij heeft gekocht en als een parel van grote waarde. Maar er zijn ook mensen in het koninkrijk die bij de vijand horen en uiteindelijk veroordeeld zullen worden. Het koninkrijk is hier op deze aarde en wordt geregeerd door de hemel. Uiteindelijk zal de voleinding van de eeuw komen waarin de Mensenzoon zichtbaar zal regeren en waarin iedere rechtvaardige zal stralen als de zon in het koninkrijk van zijn Vader.

Mattheüs 14-17:
De wegbereider Johannes de Doper gaat Jezus voor in de dood. De bijzondere maaltijden die Jezus aan de mensen geeft, zijn wandel over de zee en vele genezingen laten zien dat Hij de Zoon van God is. Maar de Farizeeën, Schriftgeleerden en Sadduceeën, de leiders van het volk, verwerpen Hem. Jezus laat zien dat hun tradities en reinigingsvoorschriften leiden tot huichelarij en niet tot barmhartigheid, en Hij waarschuwt de mensen voor deze verkeerde leer. Jezus spreekt met zijn leerlingen voor het eerst openlijk over zijn dood in Jeruzalem door die leiders en over zijn opstanding in 16:21, 17:22 en later nogmaals in 20:18. De verheerlijking op de berg in hoofdstuk 17 laat zien hoe belangrijk Jezus in de gedachten van God is en hoe groot de glorie van het komende koninkrijk zal zijn.

Mattheüs 18, vierde redevoering:
Het koninkrijk beantwoordt niet aan menselijke maatstaven: mensen moeten in geloof worden als kinderen en niemand in de weg staan om te gaan geloven in Jezus. Anderen vergeven is van doorslaggevend belang in het koninkrijk.

Mattheüs 19-23:
Jezus laat zien waarom echtscheiding niet goed is: man en vrouw vormen in Gods ogen een eenheid. Eeuwig leven (19:16), het leven binnengaan (19:17), gered worden (19:25) is hetzelfde als definitief het koninkrijk van de hemel binnengaan, wat alleen door God mogelijk is. Vele eersten (het Joodse volk dat het koninkrijk verwachtte) zullen de laatsten zijn en omgekeerd. De Mensenzoon zal zitten op de troon van zijn heerlijkheid (19:28), maar eerst moet Hij gekruisigd worden en weer uit de dood opstaan (20:19). Hij geeft zelf de wijze aan waarop Hij gedood zal worden.
Blinde mensen erkennen Jezus als de Zoon van David, de mensenmenigte juicht als Hij Jeruzalem binnentrekt als de nederige Koning: Hosanna voor de Zoon van David. De kinderen in de tempel roepen hetzelfde.
Tegenstanders van de Koning vragen naar zijn gezag, maar Hij wijst op geloof en op het feit dat zij Hem verwerpen, maar dat God Hem tot een hoeksteen zal maken (21:42; 22:44; Psalm 118:22).
Opnieuw waarschuwt de Heer de Schriftgeleerden en de Farizeeën en Hij weent over Jeruzalem.
Mattheüs 24 en 25, vijfde redevoering:
Jezus kondigt de vernietiging van de tempel aan en waarschuwt zijn leerlingen voor toekomstige vals messiassen. Als Hij terugkomt om te regeren, zal dat bekleed met macht en heerlijkheid zijn. Daarom moeten zijn leerlingen waakzaam zijn zolang Hij niet is gekomen en werken met de talenten die Hij hen heeft gegeven. De Mensenzoon komt terug, samen met alle engelen, om te zitten op zijn troon en alle volken te oordelen volgens wat zij in de tussentijd uit liefde voor Hem hebben gedaan.

Mattheüs 26-28:
Lijden, kruisiging, opstanding.
Jezus wacht het lijden. Zijn dood maakt deel uit van de redding die God op het oog heeft. De drinkbeker van het avondmaal heeft te maken met het bloed van het nieuwe verbond dat God met Israël en de mensheid zal sluiten. Als Jezus gevangengenomen wordt, verlaten alle leerlingen Hem en gaat Hij zijn weg naar Golgota.
Zijn opstanding gaat gepaard met de opstanding van vele gelovigen in Jeruzalem.
Er zijn twee verslagen van zijn opstanding: het verslag van de vrouwen en het verslag van de grafbewakers.
De vrouwen zien Jezus en vertellen zijn leerlingen dat Jezus is opgestaan. Later laat de Heer Zich zien aan zijn elf leerlingen.
De bewakers moeten het gerucht verspreiden dat de leerlingen het lichaam van Jezus hebben gestolen en dat de opstanding een leugen is. Wat geloof je?
De opgestane Heer geeft zijn leerlingen de opdracht om alle volken tot zijn leerlingen te maken en Hij is krachtig bij hen, totdat Hij als Koning terugkomt in de voleinding van de eeuw of de voltooiing van deze wereld (NBV). Vergelijk 28:20 met 13:39-41,49 en 24:3).

<< Terug

firegirl zegt:

http://www.fireplace.web-log.nl

12 januari 2011 | 21:41

Citeer

Uiteindelijk zal de voleinding van de eeuw komen waarin de Mensenzoon zichtbaar zal regeren en waarin iedere rechtvaardige zal stralen als de zon in het koninkrijk van zijn Vader.

Het koninkrijk beantwoordt niet aan menselijke maatstaven: mensen moeten in geloof worden als kinderen en niemand in de weg staan om te gaan geloven in Jezus. Anderen vergeven is van doorslaggevend belang in het koninkrijk.

De opgestane Heer geeft zijn leerlingen de opdracht om alle volken tot zijn leerlingen te maken en Hij is krachtig bij hen, totdat Hij als Koning terugkomt in de voleinding van de eeuw of de voltooiing van deze wereld

WOW!
Plaats je bericht





Beveiliginscode