-
En jij...?
2012-05-18 08:23:10
-
Zijn wie je bent.
2012-05-14 14:27:09
-
Door een blik op het kruis
2012-05-08 10:53:59
-
Het diepe respect voor de Vader...
2012-05-04 07:02:08
-
Door angst geleid...?
2012-04-30 19:32:27
-
Samen een gemeente van Christus
2012-04-26 19:35:06
-
De rijkdom door..
2012-04-24 16:59:13
-
Dwars door de tranen heen...
2012-04-22 16:21:47
-
Verslag, Friesland in Vuur en Vlam, Harlingen
2012-04-20 16:01:21
-
Wandeling met God
2012-04-18 06:56:24
-
Friesland in vuur en vlam
2012-04-14 19:43:04
-
Nog steeds onderweg...
2012-04-12 10:47:47
-
Arise My Love
2012-04-09 16:19:18
-
WEES GEREED
2012-04-05 09:37:47
-
Niet te vroeg vertrekken...
2012-04-03 20:38:09
-
Eigen verantwoording.
2012-04-02 09:54:55
-
Niet de oren maar de voeten...
2012-03-27 10:18:21
-
Onderweg en in gesprek.
2012-03-23 10:56:58
-
Mijn God, waarom...?
2012-03-18 19:17:17
-
Waartoe ben jij bereid...?
2012-03-14 20:01:41
-
Verslag: Friesland in vuur en vlam
2012-03-10 16:02:32
-
Geen Woord van God valt ter aarde
2012-03-09 08:27:21
-
God boven alles
2012-03-04 13:28:25
-
Days of Elijah
2012-03-01 19:37:18
-
Neerkijken? Opzien?
2012-02-26 09:14:18
-
Geloof alleen...!
2012-02-21 08:29:05
-
Afschuiven,...
2012-02-16 08:14:57
-
De doop met de heilige Geest...
2012-02-13 10:26:41
-
Inburgeren...?
2012-02-09 11:05:48
-
De Pottenbakker
2012-02-06 11:55:53
-
wat houdt jou tegen..?
2012-02-02 08:17:58
-
Ons wacht de kroon!
2012-01-30 14:05:37
-
Hoe wonderlijk...
2012-01-27 10:08:22
-
Pitstopdienst
2012-01-25 19:10:33
-
Update
2012-01-25 08:29:19
-
Verslag ETF Meeting Dokkum
2012-01-23 13:56:37
-
Bidden
2012-01-22 20:41:23
-
Who Am I
2012-01-18 21:37:18
-
Heilig
2012-01-18 08:20:15
-
Waar sta jij...? 2
2012-01-14 16:08:17
-
Waar sta jij...?
2012-01-13 00:51:13
-
Zijn verlangen naar ons
2012-01-09 21:39:22
-
2012: Het jaar van de angst is nu aangebroken
2012-01-07 20:53:48
-
Strakke regels...
2012-01-07 16:34:32
-
Er als een berg tegenop zien...
2012-01-06 12:56:44
-
Ga maar...!
2012-01-02 09:28:39
-
Heil en zegen
2012-01-01 00:59:41
-
Plotseling...
2011-12-30 21:18:48
-
Tien misverstanden over God
2011-12-29 20:10:57
-
Geboren, en nu...?
2011-12-28 20:13:06
Maleachi
Overdenking | 01/07/2011 | 10:15
“Een draaglast, een woord van de ENE tot Israël, door de hand van Maleachi, – mijn bode (of: mijn engel). Ik heb u liefgehad!- heeft de ENE gezegd, en gij hebt gezegd: waarin hebt gij ons liefgehad? Was Esau niet de broer boven Jakob?, is de tijding van de ENE, maar Jakob wilde ik liefhebben, en Esau heb ik gehaat; van zijn bergen maakte ik een woestenij en van zijn erfdeel iets voor jakhalzen in een woestijn. Al zegt Edom: wij zijn vernield, maar omgekeerd zullen wij puinhopen weer opbouwen!, zo heeft gezegd de ENE, de Omschaarde, als zij gaan bouwen zal ik slopen; men zal tot hen roepen: ‘boosaardig gebied!’, en ‘de gemeenschap waarop de ENE vertoornd is, tot in eeuwigheid!’, uw eigen ogen zullen het zien,- en gij zult zeggen: groot blijkt de ENE tot over Israëls gebiedsgrens!
Een zoon eert een vader en een dienaar zijn heer; als ik een Vader ben, waar is dan mijn eer, en als ik Heer ben, waar is dan de vreze voor mij?- heeft gezegd de ENE, de Omschaarde, tot u, priesters die mijn naam minachten; en gij hebt durven zeggen: waarin hebben wij dan uw naam uw naam geminacht? Ge brengt op mijn altaar besmeurd brood en hebt durven zeggen: waarmee hebben wij dan u besmeurd?- terwijl ge daarmee zegt: de tafel van de ENE, die mag worden veracht! Wanneer ge iets blinds brengt om te offeren, is dat geen kwaad?- en wanneer ge een kreupel of ziek dier brengt, is dat geen kwaad?- nader daarmee eens tot je stadhouder, zal hij behagen in je hebben of je aanschijn verheffen?- heeft gezegd de ENE, de Omschaarde. Nu dan, zoekt toch de zachtheid van Gods aanschijn dat hij ons genadig zijn zal; door uw hand is dit geschied, zal hij bij een van u een aanschijn opheffen?- heeft gezegd de ENE, de Omschaarde. Als iemand onder u nu eens deuren sloot, dan zoudt ge mijn altaar niet vergeefs in lichterlaaie zetten; ik heb geen welgevallen in u,- heeft gezegd de ENE, de Omschaarde, en een broodgift uit uw hand behaagt mij niet; want van het gloren van de zon tot waar hij aankomt is mijn zonnige naam groot onder de volkeren en in elk oord is hij bewierookt en wordt een reine broodgift aan mijn naam gebracht; ja, zo groot is mijn naam onder de volkeren, heeft gezegd de ENE, de Omschaarde; maar gij ontheiligt hem,- wanneer ge zegt: de tafel van de Heer, die mag besmeurd zijn, en zijn opbrengst, zijn eten mag geminacht worden. Ge hebt gezegd: zie, wat een moeite en ge hebt hem weggeblazen, heeft de ENE, de Omschaarde, gezegd; ge zijt gekomen met het geroofde, het kreupele en het zieke, en ge zijt gekomen met een broodgift; moet die mij behagen uit uw hand?, heeft gezegd de ENE.
Vervloekt is wie arglistig is: er is in zijn kudde een mannetje, hij doet een gelofte en offert aan de Heer iets mislukts; want een groot koning ben ik, heeft gezegd de ENE, de Omschaarde, en mijn naam is onder de volkeren gevreesd!”
Onze Vader heeft recht op het beste
Inleiding
De naam Maleachi betekent in het Hebreeuws: mijn bode, mijn gezant, mijn engel. Door sommige uitleggers is gedacht dat dit letterlijk een boodschap van een engel is. Dat Maleachi geen eigennaam is. Er is namelijk weinig bekend over deze profeet. In Maleachi 2:7 lezen we: “Want een bode (een engel) van de ENE, de Omschaarde, is hij (namelijk de priester).
In Maleachi 3:1 wordt opnieuw hetzelfde woord gebruikt: “Zie, ik zend mijn bode (mijn engel) uit die voor mijn aanschijn een weg bereiden zal”. In Maleachi 3:23 lezen we: “Zie, ik zend u Elia, de profeet,- vóórdat komt de dag van de ENE, die grote en vreeswekkende”.
Elia, iemand in de geest en de kracht van Elia, Johannes de Doper (zie Matteüs 11:10-14 “En als ge het wilt ontvangen: hij (= Johannes de Doper) is Elia die op het punt staat om te komen”).
Let óók eens op: de engelen van de zeven gemeenten in het boek Openbaring. Met hen worden waarschijnlijk de voorgangers bedoeld.
Maleachi kan dus toch een eigennaam zijn van een profeet die leefde in de tijd na de terugkeer van de ballingen uit Babylonië. De tempel is herbouwd. Dat blijkt overduidelijk uit dit geschrift.
Ná de terugkeer uit de ballingschap werken de volgende mannen Gods onder de teruggekeerde ballingen: Ezra, Nehemia, Haggaï, Zacharia en Maleachi.
Even een schema voor de geïnteresseerden:
538 Het bevelschrift van koning Cyrus (Kores): terugkeer van de Joden onder leiding van Zerubbabel en Jesua (ca. 50.000 ballingen) zie: Ezra 1 en 2.
538 De herbouw van het brandofferaltaar en de viering van het Loofhuttenfeest, zie: Ezra 3:1-7.
537 De aanvang van de tempelbouw, zie: Ezra 3:8-13. Stilstand van het werk, zie Ezra 4:23-24.
520 Het begin van het optreden van de profeten Haggaï en Zacharia (zie: Haggaï 1:1, Zacharia 1:1 en Ezra 5:1).
De bouw wordt hervat, zie Ezra 5:2.
515 De inwijding van de tempel, zie Ezra 6:15-18.
515 De viering van het Paasfeest, zie Ezra 6:19-22.
[Een hiaat van 57 jaar tussen Ezra 6 en 7. Heel waarschijnlijk vinden dan de gebeurtenissen plaats die in het boek Ester worden beschreven – namelijk van 515-458].
458 Ezra verlaat met 1800 ballingen Babylon, zie Ezra 7:1-8:36.
[Een hiaat van 12 jaar tussen het einde van het boek Ezra en het boek Nehemia – namelijk van 457-446].
446 Nehemia hoort over de deplorabele toestand van Jeruzalem, zie Nehemia 1:1.
445 Nehemia krijgt toestemming om naar Jeruzalem te reizen, zie Nehemia 2:9. In 52 dagen wordt de stadsmuur hersteld, zie Nehemia 6:15.
[Een hiaat van 12 jaar – Nehemia keert terug naar Susan van 445-433. De profeet Maleachi treedt op].
433 Nehemia reist voor de tweede maal terug naar Jeruzalem, zie Nehemia 13:6-7.
Er zijn overeenkomsten tussen Nehemia en Maleachi.
In Nehemia 13:29 lezen we: “Denk aan hen, mijn God,- om de besmeuring van het priesterambt en het verbond met de priesterschap en de Levieten”. In Maleachi 2:8 “Maar gij (priesters) zijt van die weg afgeweken, hebt door het onderricht velen laten struikelen; ge hebt het verbond met Levi bedorven,- heeft gezegd de ENE, de Omschaarde”.
In Nehemia 13:13-25 beschrijft hij de ontwijding van de sabbat en de gemengde huwelijken van Judeeërs met vrouwen uit Asjdod, Amon en Moab. In Maleachi 2:11-12 schrijft de profeet: “Juda heeft verraad gepleegd, een gruweldaad is begaan in Israël en Jeruzalem,- want ontwijd heeft Juda het heiligdom van de ENE, dat hij liefheeft, en hij heeft de dochter van een uitheemse godheid gehuwd. Wegmaaien zal de ENE die dat doet, getuige en beantwoorder, uit de tenten van Jakob,- ook als hij een broodgift brengt aan de ENE, de Omschaarde”. Zie verder Maleachi 2:13-18. Een waarschuwing tegen ontrouw aan de eerste liefde, echtscheiding.
In Nehemia 13:10 lezen we: “Ik kom te weten dat de delen voor de Levieten niet zijn uitgegeven, en dat ze daarom de wijk nemen, ieder naar zijn veld, de Levieten en de zangers die hun werk doen”. In Maleachi 3:8-10 wordt gezegd: “Mag een mens God bestelen?- want gij besteelt mij! Maar zeggen zult ge: waarmee bestelen wij u? De tiende en de heffing! Met de vervloeking zijt gij vervloekt, mij besteelt gij,- het volk in zijn geheel. Komt met elke tiende in het voorraadhuis, dan is er wat te verteren in mijn huis; en toetst mij toch daarmee, heeft gezegd de ENE, de Omschaarde,- of ik dan niet voor u open de sluizen van de hemel, en zegen over u zal uitstorten tot het niet meer te bergen is”.
De boodschap
Vers 1-5
De boodschap is een ‘draaglast’ (1:1). De profeet spreekt deze van God ontvangen boodschap niet lichtvaardig uit. Het ligt hem zwaar op de maag. Zijn hart doet pijn.
Als wij in de Inleiding hebben gelezen onder welke omstandigheden de profeet spreekt, hebben wij begrip voor zijn aarzeling om als het ware met het volk in gesprek te gaan.
Het geweldige is, dat zelfs nu, Jahweh spreekt: IK HEB U LIEFGEHAD. Dan verwijst hij naar Jakob en Esau. Je zou dus ook kunnen zeggen: IK HEB U ALTIJD AL LIEFGEHAD, ONDANKS WIE U VAN NATURE BENT.
Nakomelingen van Jakob (= hij die de hiel van zijn broer heeft vastgehouden). De hielenlichter. De oplichter. De geniepige.
Die in de baarmoeder zijn ‘oudste broertje’ al vóór wilde zijn bij de geboorte, die op slinkse wijze Esau zijn eerstgeboorterecht ontfutselde voor een bord linzensoep.
En dan nog eens zijn oude vader Isaak bedriegt door vóór Esau met een stuk geschoten en bereide wildschotel komt, zich op aanraden van Rebekka te verkleden in Esaus kleren (die naar het veld roken) en zich te bekleden met lamsvellen en zo de zegen voor de eerstgeborene te incasseren.
Bezeten is hij geweest op die zegen. Hij heeft er alles voor over gehad. Ook al had God vóór de geboorte gezegd dat hij een bijzonder plan had met de tweede zoon. Jakob was uitverkoren bóven Esau.
Hij had het aan God moeten overlaten.
En zo moeten ook wij, als wij een bijzondere belofte van de Heer over ons leven ontvangen, God de volledige ruimte geven zijn belofte aan ons in vervulling te laten gaan.
Liegend en bedriegend gaat Jakob zijn weg en keert uiteindelijk met zijn twee vrouwen en twee bijvrouwen, met zijn kinderen, met zijn kudden terug nadat hij eerst voor Esau gevlucht is. De broers verzoenen zich met elkaar.
Maar zij gaan ieder hun weg. Esau woont in Seïr, een bergachtig gebied ten zuiden van de Dode Zee. Edom (de rode) is de tweede naam van Esau (de behaarde).
Waarom trekt God Jakob (Israël) voor boven, en dat is mijn persoonlijke mening, de veel sympathiekere Esau?
God heeft een plan met ons leven. God heeft Jakob lief, méér dan Esau? Nee: God heeft andere prioriteiten. Jakob is zijn éérste prioriteit, Esau zijn tweede.
Dat wordt met haten bedoeld.
Maar ondanks Gods prioriteiten, plannen, blijven wij zelf volledig verantwoordelijk.
In Hebreeën 12:15-17 lezen we: “Ziet toe dat niemand de genade van God kwijtraakt, opdat er niet een wortel van bitterheid omhoog groeit en onrust sticht en door haar velen worden aangestoken,- dat niemand een hoereerder wordt, of een onverschillige als Esau, die voor één gerecht zijn eerstgeboorterecht afgaf. Want ge weet dat hij vervolgens, toen hij de zegen wilde beërven, werd afgekeurd; want hij vond geen plaats voor omkeer, hoezeer hij die ook onder tranen heeft gezocht”.
Esau was verantwoordelijk voor zijn eerstgeboorterecht.
Maar, omdat dat eerstgeboorterecht pas een rol zou spelen aan het eind van zijn vaders leven, en omdat hij hier en nu honger had, kon hem dat recht niet schelen.
Liever een bord linzensoep dat zijn honger hier en nu stilde, dan de eerste zegen van zijn vader.
Laten wij het begrip ONVERSCHILLIGHEID er uitlichten.
Dat is de zonde van Esau (Edom).
Daarmee heeft hij de zegen verspeeld en zie wat er van hem en zijn nakomelingen geworden is, zegt Maleachi in opdracht van Jahweh.
De boodschap is: IK HEB U, NAKOMELINGEN VAN JAKOB, LIEFGEHAD BOVEN ESAU.
Is het niet onbegrijpelijk, dat het volk de Godsgezant antwoordt: “Waarin hebt gij ons liefgehad?” (:2).
God antwoordt: Kijk naar wat er van Esau (Edom) geworden is. Zijn onverschilligheid heeft hem van mijn zegen beroofd.
Vers 6-8
Israël is Gods zoon. Maar waar is het respect en de eerbied voor de Vader? In de Tien Woorden wordt Gods volk opgeroepen: “Eer je vader en je moeder; opdat je dagen lang mogen worden op de bloedrode grond die de ENE, God-over-jou, aan jou geeft” (Exodus 20:12).
Dat eren van vader en moeder komt tot uiting in het verzorgen van je ouders. In liefde, zorg, financiële ondersteuning.
Jezus spreekt de farizeeërs en schriftgeleerden er op aan, dat ze mensen onderwezen om te weigeren hun ouders te onderhouden, als ze een deel van hun bezittingen ‘korban’ te verklaren, dat wil zeggen: het bestempelen als offergave aan God (zie: Marcus 7:9-13). Met een vrome smoes werd hun verantwoordelijkheid jegens hun ouders omzeild. Dit is het grote gevaar van menselijke traditie. Traditie kan op vijandige voet staan met Gods aanwijzing ten leven!
Maleachi, de Godsgezant spreekt het volk aan: Waar is jullie eerbied, jullie respect (:6). En aan het adres van de priesters: Waarom minachten jullie mijn naam? (:6).
En dan nog durven zij te vragen: “Waarin hebben wij dan uw naam geminacht?”
En God zegt: Kijk toch eens wat jullie mij durven te offeren: besmeurd, onrein brood (zou het gegist zijn geweest?), en mismaakte, zieke offerdieren! Daar moet je lef voor hebben.
Kijk eens naar de voorschriften in Leviticus?
Ik zal er niet uitgebreid op ingaan, maar in Leviticus 1:3 lezen we: “Als zijn toenadering een opgangsgave uit het rundvee is, moet het mannelijk en volmaakt zijn” (zie ook: 1:10; 3:1,6).
Volmaakt, dat is ‘tammim’, dat is uit één stuk.
Heel, gezond, volkomen.
In Leviticus 2:11 lezen we: “Géén enkele broodgift welke ge doet naderen tot de ENE zul je aanmaken met gist, nee, welk zuursel en welk honingzoet ook, nooit zult ge daarvan een vuuroffer in rook doen opgaan”.
Biedt zulke geschenken eens aan jullie stadhouder aan en zie of hij er genoegen mee neemt (1:8)?
Vers 9-11
Denk er toch om dat je als je offert oog in oog staat met die God die jou al die tijd al heeft liefgehad. De leugenachtige Jakob, die zelfs in een persoonlijk gevecht met de Almachtige, probeerde de zegen vast te houden. Maar die zegen pas werkelijk kreeg, toen hij zijn naam noemde, de schuld van zijn leven beleed.
Toen pas kreeg hij de zegen en ging de zon over zijn leven op.
God heeft u liefgehad, ook al heeft hij toegestaan dat u vanwege uw schuld in ballingschap werd weggevoerd.
God heeft u liefgehad, toen hij u liet terugkeren uit den vreemde.
God heeft u liefgehad en u in staat gesteld de tempel te herstellen en de muren van de stad te herbouwen.
En is dit dan de dank? Is het niet beter om de toegang tot de voorhof te sluiten en te stoppen met het brengen van dergelijke offers (1:10)?
Hen, die niet bij mijn uitverkoren volk behoren, de volken rondom hebben meer eerbied voor mij, gaan met meer zorgvuldigheid te werk bij het brengen van hun offers, dan mijn eigen volk (1:11).
Van de opgang van de zon in het oosten tot aan de ondergang van de zon in het westen ontvangt mijn naam éér.
Vers 12-14
Hoe kunnen jullie mijn altaar zo minachten?
Hoe kunnen jullie zulke minderwaardige offers brengen?
Vervloekt is hij die uit zijn kudde een dier aan mij offert waar toch geen eer aan te behalen valt, waarmee niet te fokken is.
En wij?
Abraham, Isaak, Jakob, het waren feilbare mensen. Zondaars.
En God noemt zich de God van Abraham, Isaak en Jakob.
Na de uittocht uit Egypte, vanaf de berg Sinaï, spreekt God de Israëlieten en alle met hen gevluchte Egyptenaren aan met de woorden: ‘Ik ben de HEER, uw God, die u uit het slavenhuis, Egypte, heb uitgeleid’ (Exodus 20:1). Met andere woorden: IK BEN UW VERLOSSER.
Als Jezus Christus, onze volmaakte Hogepriester, zijn eigen volmaakte lichaam, ziel en geest geofferd heeft aan het kruis van Golgotha en God hem uit de doden heeft opgewekt, verschijnt hij o.a. aan Maria Magdalena en zegt haar: “Houd mij niet vast, want Ik ben nog niet opgeklommen naar de Vader, maar ga naar mijn broeders en zeg tot hen: ik klim op naar mijn Vader en uw Vader, mijn God en uw God” (Johannes 20:17). Vanaf dit moment is God ONZE VADER.
En de apostel Paulus schrijft: “Gerechtvaardigd (= vrijgesproken) dan uit geloof hebben wij vrede bij God door onze Heer Jezus Christus, door wie wij ook de toegang hebben verkregen tot deze genade, waarin wij staan…” (Romeinen 5:1-2).
Nee, offers behoeven wij aan God niet meer te brengen.
Dat ene offer van de Zoon van God was voor eeuwig voldoende.
Er is slechts één offer dat God van ons vraagt, gelet op alles wat hij voor ons heeft gedaan.
Romeinen 12:1 zegt ons: “Ik roep u dan op, broeders-en-zusters, vanwege de barmhartigheden van God om uw lichamen in te zetten als een levende, heilige, aan God welbehaaglijke offerande, uw eredienst in de zin van het woord”.
Behoren wij ONZE VADER niet het beste te geven: ons verloste leven?
Wij worden opgeroepen om dat te geven.
Immers, álles hoort hem toe.
Ons lichaam (Romeinen 12:1), ons denken (Romeinen 12:2), maar ook onze gaven en talenten, onze bezittingen.
Moeten wij ons niet schamen, dat wij God geven (als we er tenminste aan toe komen) de tijd die we over hebben, de kracht die ons rest, de financiën die we overhouden aan het einde van de maand?
In het OT geeft Gods volk eerstelingen.
En wij laatstelingen, de left-overs, de restjes.
Wijlen Nico van Biljouw, directeur van de Stichting Jong en Vrij, zei: “Als er actie wordt gevoerd voor een goed doel in het koninkrijk van God wordt er altijd gevraagd om oude kranten, oude fietsen, oude brillen, want niemand is zo gek om voor het werk van de Heer iets nieuws ter beschikking te stellen”.
De vraag is niet: wat kan ik missen voor de Heer?
Maar: wat mag ik behouden van de Heer?
Ik wens u, jullie, een goede overweging.
Laatste 10 reacties
| Vanmorgen liep ik in alle... | 8:18 |
| 'k Ben een koninklijk kin... | 15:18 |
| @Jedidja, Vorig jaar t... | 23:38 |
| @ Jedidja, Ik wil jou ... | 21:36 |
| had een heel bericht gety... | 20:41 |
| Ja Tjerkje helemaal super... | 17:18 |
| Wat een super goed stuk T... | 16:17 |
| Jezus is de Goede Herder ... | 11:58 |
| Opkijken naar Jezus, rich... | 11:41 |
| Hallo allemaal, Wil toch... | 21:03 |
Rubrieken
Algemeen
Evangelisatiediensten/acties
Fotoboek
Gebed voor
Getuigenissen
Giften/ donaties
Multimedia
Opnames interview en evangelisatieacties
Overdenking
Projecten
Verslag evangelisatiediensten
Voorstellen
Sponsors
Project "EVEN WEG"
Dit is de caravan:
Een betrouwbare instalalteur
Een nieuwe CV of zonnepanelen, voor een goede installatie:
Uw droomhuis bij:

Uw logo hier?

