Login:
Wachtwoord:

Want er is een God en ook een middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Jezus


LACHEN

Overdenking | 21/09/2011 | 06:37

Lachen

De naam van Isaak, “Lachen” biedt ons de aanleiding om op dit onderwerp in te gaan:  wat is er rijker aan inhoud dan de lach? In Gn 17, 17; 18,12-15; 21,6 wijst de Schrift op twee aspecten van de lach:
Op de – ongelovige lach, die, oog in oog met het wonder van God, kan overgaan in de lach van een blijde verbazing. Ja, ook de Bijbelse mens kan lachen: achter meer geïnspireerde verhalen dan men zou denken, schuilt een diepzinnige, maar nuchtere geestigheid. Dit lachen wordt echter getekend door de harde levensomstandigheden van de Israëliet en er ontbreekt zelden een spottende , uitdagende of triomfantelijke nuance. Feitelijk hoort met in de gewijde teksten vaker de lach van de dwaas, dat is, van de mens die buiten de waarheid gaat, dan die van de rechtvaardige.

We zullen de lach van de dwaas en de lach van de gelovige nader gaan uitwerken.

De lach van de dwaas

Dat is de dubbelzinnige lach (Sir 27,13) of de schaterlach (21,20), terwijl die van de wijze beheerst is; dat is vooral de lach van de spotter, waarbij men dit woord in de strikte zin moet nemen, van de mens die zich schrap zet tegen de vermaning (Spr 13,1;15,12…), de onderrichting, het aannemen van het geloof. De spotter is de tegenhanger van de wijze (Spr 9,12; 29,8): hij geeft een spottend antwoord op het Woord van God (Jr 20,7v), zoals bij de hervorming door Hizkia (2 Kr 30,10) en later bij de verkondiging van de verrijzenis uit de dood (Hand 17,32). In de laatste dagen zullen ‘spotters vol hoon’ (2 Pt 3,3) de beloften in twijfel trekken. Spot is dan zoveel als een synoniem voor de weigering om te geloven. Hij kiest ook de persoon van de rechtvaardige als mikpunt, vooral wanneer hij tegenslag heeft (Ps 22,8; Kl 3,14..) en de heidenen spotten met Israel.

De lach van de gelovige

De prediker verklaart wel, dat lachen onzin is (Pr.2,2) en hij verwacht meer heil van tranen ( 7,3), maar hij erkent niettemin, dat er ook een tijd van lachen is (3,4) Lachen kan immers een verschillende zin hebben, afhankelijk van de persoon en de tijd. Op zijn dag zal de rechtvaardige lachen met de goddeloze (Ps 52,8), zoals God de spotters uitlacht (Ps 2,4; Spr 3,34). Elia op de Karmel en de Brief van Jeremia gebruiken het belachelijk maken als wapen tegen de valse goden en de Makkabeese martelaren doen hun sarcasme voelen aan de vervolger (2 M 7, 39). Maar de lach van de rechtvaardige kan ook vrij zijn van elke getwist over de geschriften: hij lacht in zijn verademing, wanneer hij na lijden Gods weldaden ervaart (Ps 126,2; Job 8,21) of vertrouwvol ziet hij, zoals de sterke vrouw, de dag van morgen lachend tegemoet (Spr 31,25)
Jezus zei, dat een bepaalde lach, die van de mens die voldaan is over het heden, geen stand zal houden (lc 6,25; cs. Jak 4,9) , maar aan degenen die treuren beloofde Hij de lach van een blijvende vreugde (Lc 6,21) Deze nimmer eindigende lach zal de echo zijn van de volmaakt zuivere lach van de Wijsheid, die vanaf het begin voor God en onder de mensenkinderen vol vreugde gespeeld heeft (daarbij wordt voor ‘spelen’ hetzelfde woord gebruikt als voor ‘lachen’: Spr 8,30)

(bron pastoraal Bijbels woordenboek)

<< Terug

Plaats je bericht





Beveiliginscode